Aardrijkskunde

Jij woont in een huis, dat huis staat in een straat en die straat ligt in een wijk, een stad, een provincie, een land, een werelddeel, ergens op aarde. Al die gebieden zijn ingericht door de mens. Bij aardrijkskunde leer je hoe de mensen die aarde hebben ingericht. Waar wonen mensen en waarom wonen ze daar? Hoe leven die mensen daar, wat doen ze om te overleven? Hoe is hun economie ingericht, hun bestuur, hun cultuur? 
 
Je merkt al, aardrijkskunde is een heel breed vak waarbij het over allerlei onderwerpen gaat. Maar niet alleen de mens speelt een belangrijke rol in het vak. Ook de aarde zelf heeft invloed op de manier hoe we leven. Dan hebben we het over natuurlijke verschijnselen. Daarbij kun je denken aan het weer en het klimaat. Maar ook over hoe de wereld in elkaar zit. Hoe bergen en vulkanen ontstaan en waarom sommige landen last hebben van aardbevingen of tsunami’s. 

Tenslotte leer je bij aardrijkskunde natuurlijk ook hoe je met een atlas werkt en hoe je grafieken en tabellen afleest en maakt. Ook het maken van een verslag en het werken met de computer is onderdeel van het vak. Kortom, aardrijkskunde is een van de meest veelzijdige vakken op school. In leerjaar 1 en 2 is het verplicht, leerjaar 3 en 4 kun je het kiezen als examenvak.