Coaching en mentoraat

De Sav is sterk in begeleiding. Iedere docent ondersteunt de leerlingen zoveel mogelijk om zelf(standig) te kunnen leren en samenwerken. Op de Sav vinden we dat de leerling eigenaar moet zijn van zijn eigen leerproces. Dat noemen we zelfregie.
Als jij leert, wil je toch ook graag zelf bepalen wat, wanneer, met wie en in welke volgorde je leert? Soms gaat dat leren niet vanzelf (goed) en dan heb je daar begeleiding bij nodig. Die begeleiding doen we zoveel mogelijk op een coachende manier.

Coaching
Stel je moet een werkstuk maken. De ene leerling bedenkt eerst verschillende manieren hoe te beginnen, de ander gaat meteen aan de slag en weer een ander weet niet zo goed hoe hij het gaat aanpakken. De begeleiders de leerlingen op verschillende wijze, maar altijd stimuleren ze om meer zelf keuzes te maken. Soms door tips te geven, meestal door goede vragen te stellen waardoor je zelf gaat nadenken. En door feedback te geven op je aanpak of het resultaat. Dat noemen we coaching. 

Coaches in de onderbouw
Leerlingen in leerjaar 1 en 2 krijgen begeleiding van een coach. De coach heeft 12-14 leerlingen in zijn groep en voert wekelijks coachgesprekken, individueel en in groepjes. De coacht helpt de leerling vaardig te worden in:

  • initiatief nemen,
  • plannen, 
  • samenwerken en 
  • reflecteren.

De leerling als regisseur leert met en van de coach leren en (samen)werken.

Mentoren
In de bovenbouw noemen we de coach een mentor. De leerlingen zijn verder in hun zelfstandigheid, dus de mentor richt de begeleiding meer op presteren richting examen en de keuze voor vervolgstudie en beroep (LOB). Ook in de bovenbouw is het belangrijk dat docenten leerlingen stimuleren   in hun zelfregie. De mentor heeft dus ook een grote coachrol.