In de onderbouw en bovenbouw, zijn er per klas twee mentoren. Zij begeleiden ieder de helft van de leerlingen individueel. Tijdens de informatieavond hoort u als ouders welke mentor uw zoon/dochter heeft. In principe gaan de mentoren met dezelfde klas mee naar leerjaar 2 om de continuïteit van het mentoraat in de onderbouw te waarborgen.
De mentor is de spil in de begeleiding van de leerling, de contactpersoon tussen kind, school en ouders.
De mentor communiceert met de ouders en met de collega-docenten over de mentorleerling met het doel ervoor te zorgen dat een leerling zich veilig voelt op school en goede leerprestaties kan neerzetten. Voor ouders is de mentor altijd het eerste aanspreekpunt binnen de school. De mentor draagt de verantwoordelijkheid voor de mentorleerling als het gaat om schoolzaken. Wanneer er thuis omstandigheden zijn die van invloed zijn op de leerprestaties en/of het welbevinden van uw zoon of dochter, stelt u dan als ouders de mentor hiervan op de hoogte. Dit kunt u telefonisch doen of tijdens een mentoravond. Natuurlijk is een mentor ook bereid om buiten de schooltijden een individuele afspraak te maken met ouders of verzorgers.
Mentorlessen
In het rooster zijn mentorlessen opgenomen voor elk leerjaar. In de brugklas wordt iedere week een uur gebruikt voor een mentorles. De inhoud van de mentorlessen in leerjaar 1 bestaan voornamelijk uit: studievaardigheden (leren leren), groepsvorming en sociaal-emotionele vaardigheden. Aan het einde van dat leerjaar en in leerjaar 2, 3 en 4 komen hier onderwerpen als alcohol en drugs/ roken, (cyber)pesten, seksuele voorlichting en keuze- en loopbaanvaardigheden bij.